We staan vlakbij het muurtje waar ik altijd ging zitten met mijn vorige honden. s' Nachts, laatste wandelronde, even pauze. Net als nu, maar gaan zitten hoeft niet meer.
Het water van de vijver is kalm, hier en daar beweegt iets onder het oppervlak, rimpels, een plons, dan weer stil. In deze vijver leeft een draak, dat weet ik zeker. Een draak zo groot als een kerktoren woont in dat water. Levend en gruwelijk en zich gedragend als een draak. Jaren geleden schreef ik erover:
De godin van het zoute water = een mens met diep verdriet.
De draak = geïnternaliseerde ouder.
Het licht van de maan = liefde.
"Helemaal aan het eind was er alleen maar duisternis. De wind was boos vertrokken en geen enkele ster schitterde nog. De maan lag verdronken in de vijver die was gevuld met bloed. Het riet was droog en er was geen enkel teken van leven te bespeuren.
‘Wat moet ik doen voor een beetje licht?’ vroeg ze wanhopig aan de verdronken maan. ‘Want zonder licht kan ik niet.‘
Het donkerrode oppervlak van de vijver begon te bewegen en daar verscheen een enorme drakenkop met groene ogen en haaientanden. De godin schrok niet eens, zo donker was het bij haar van binnen.
‘Misschien kan ik je helpen’, sprak de kop tot de godin van het zoute water. ’Maar om te weten of je het licht wel waard bent, geef ik je de volgende opdracht: ga naar huis en maak elke kamer schoon tot in alle hoeken. Er mag geen stofje blijven liggen. Dan kom je weer hier en krijg je van mij wat licht van de maan.’
Opnieuw liep de godin de straat uit maar werd alweer teruggeroepen: ’Ha ha, je denkt toch niet dat iemand jou wil?! Jij nutteloze treurwilg, kom hier, ik heb wat beters voor je.’
De godin liep terug naar de slang en vroeg: ’Wat dan? Wat moet ik doen voor een beetje licht?’
De draak was nog meer omhoog gekomen maar bracht zijn kop omlaag tot vlak bij haar gezicht en siste: ‘Ga naar de bibliotheek en lees alle boeken. Ik bedoel echt: allemaal. Geen één uitgezonderd. Wanneer dat klaar is, kom je maar. Dan krijg je van mij wat licht van de maan.’
Nu was het beest zo groot als een kerktoren. Angstig keek de godin omhoog.
‘Goed dan’, sprak de draak vanuit de hoogte. ’Genoeg grapjes gemaakt. Mijn definitieve opdracht luidt: ga naar het Dodenrijk en kom terug om me te vertellen hoe het daar is. Regelmatig vertrekt er een boot bij de rivier. De pontbaas zal je overzetten. Wanneer dat je lukt, krijg je van mij wat licht van de maan.’
Na deze woorden verdween de hele kerktoren vol wratten, korsten en puisten onder het vijverbloed. Nog wat kolken en bellen en toen was er niets meer.
De volgende dag ging de godin naar de rivier, en wachtte op de boot. Maar die kwam niet. De dag daarna ging ze weer, en de dag daarna, elke dag van de maand, elke dag van het jaar, tot vandaag aan toe. Ook vandaag loopt de godin van het zoute water naar de rivier en wacht daar op de pont naar het dodenrijk. Voor een beetje licht. (oktober 2009)"
Een narcistische moeder stelt onmogelijke eisen voor haar liefde, die ze toch nooit geven zal. Wat het kind doet is nooit voldoende, en het kind is tot veel bereid, want zonder moederliefde is het verloren.
Deze moeder wordt geïnternaliseerd in het kind, en zal de rest van haar leven aanwezig zijn. Het kind denkt dat het onmogelijke prestaties moet leveren om liefde, van wie dan ook, waard te zijn. Het moet perfect zijn en dat kan ze niet, en zelfs dat zou niet goed genoeg zijn. De draak vraagt haar zelfs te sterven, en ook daartoe is het kind bereid.
GK
Alice Miller: "The way we were treated as children is the way we treat ourselves the rest of our lives: with cruelty or with tenderness and protection. We often impose our most agonizing suffering upon ourselves and, later, on our children."

Geen opmerkingen:
Een reactie posten